Inhoud en aanpak volgende versie van koppelvlak

1 bericht / 0 nieuw
Arjan Kloosterboer
Inhoud en aanpak volgende versie van koppelvlak

In een ketenoverleg zijn de wijzigingsvoorstellen voor de volgende versie besproken. De vraag is of de verbetering van functionaliteit (het betreft een beperkt aantal wijzigingsvoorstellen) opweegt tegen de inspanningen voor het in gebruik nemen van een nieuwe versie. Toch zijn er enkele wijzigingen waaraan grote behoefte is. Is er een aanpak waarbij die inspanningen beperkt blijven?

Het betreft de volgende wijzigingen:
a) Opnemen van het feitelijk verblijfsadres van de jeugdige en van belanghebbenden (met name gezaghebbenden) in het VTO-bericht (zie hier voor een toelichting).
b) Opnemen van de verantwoordelijke gemeente in het VTO-bericht (zie hier voor een toelichting).
c) Toevoegen van een bericht waarmee aanvullende documenten bij een eerder ingediend VTO verstrekt kunnen worden (zie hier voor een toelichting).  

De eerste twee wijzigingen moeten doorgevoerd worden door het toevoegen van desbetreffende extraElements. Dit zou in een patch kunnen plaatsvinden (versie 1.0.2). De schema’s wijzigen hierdoor niet, alleen de koppelvlakbeschrijving. Nadat de RvdK deze patch verwerkt heeft (aanpassing op bestaande berichtverwerking, geen nieuwe versie) kunnen gemeenten hierop geleidelijk overgaan (afspraak: binnen een half jaar). Oude en nieuwe bericht zijn up- en downwards compatible. Nieuwe conformiteitstoets is niet nodig.

De wijziging ad. c kan op twee manieren doorgevoerd worden: nieuwe versie van het koppelvlak (1.1.0) of een tijdelijk extra koppelvlak met dit ene bericht.
De eerste oplossing betekent een nieuwe versie van de schema’s met een andere namespace en derhalve conformiteitstests op zowel StUFtestplatform als Ketentestplatform van de gehele nieuwe versie (ook voor de niet gewijzigde berichten). Vergt dus substantiele inspanning door leveranciers. En beheersbare afspraken moeten gemaakt worden over de overgang op de nieuwe versie (tijdelijk twee versies tegelijkertijd actief in de keten).
Bij de tweede oplossing wordt (tijdelijk) een nieuw koppelvlak gespecificeerd met alleen het VTO-aanvul-document-bericht. In een volgende versie van het Jeugdzorgkoppelvlak wordt dit bericht daarin opgenomen en vervalt het tijdelijke koppelvlak. Dit tijdelijke koppelvlak moet de normale weg doorlopen voor het in gebruik nemen waaronder conformiteitstests op zowel StUFtestplatform als Ketentestplatform. In tegenstelling tot de eerste oplossing betreft dit alleen dit ene bericht. Nadat de RvdK dit (tijdelijke) koppelvlak verwerkt heeft  kunnen gemeenten hierop geleidelijk overgaan (afspraak: binnen een half jaar). In tegenstelling tot de eerste oplossing is er van beide koppelvlakken maar één versie actief in de keten.

Graag reactie of de voorgestelde, of andere, oplossingen een beheersbare en acceptabele wijze bieden om te voorzien in de behoefte aan aanvulling van functionaliteit.